De Baptist Medical Clinic

De Baptist Medical Clinic

Ik ben nu ruim anderhalve week in Malawi en via mijn telefoon komt steeds die ene vraag binnen: “Hoe is het daar?”

Blij ben ik met die berichtjes, want het is hier fijn maar ook erg rustig. Het is wennen om na een half jaar constant mensen ontmoeten, maanden waarin je het leven beleeft met nieuwe en oude vrienden, nu op één plek te zitten, waar bovendien weinig te beleven is. Er zijn mensen, zeker, en we wisselen heel veel helloos en howareyous uit, maar het is een ander sociaal leven. Overigens is dit precies waar ik op inzette: niet langer de doortrekkende reiziger zijn maar het leven in een (Malawiaanse) gemeenschap ervaren.

Ik werk bij de Baptist Medical Clinic, waar ze om zeven uur beginnen met morning devotion: gezamenlijk bidden. Iedereen is hier Baptist, inclusief de andere drie blanken die hier rondlopen. In Malawi geloof je in een God, je bent Christen of Moslim, maar niet-geloven, dat kan niet. Ik heb dan ook al meerdere van dit soort gesprekken gehad:

Malawiaan: You are Baptist?
Phine: No.
Malawiaan: You are Christian?
Phine: No, I’m not religious.
Malawiaan: You come to Baptist Church?
Phine: No, I don’t go to church.
Malawiaan: You pray?
Phine: No, I don’t pray.
(Meewarige blik van Malawiaan)
Malawiaan: Next time you come to Malawi you go to Church.

Ik geef Engelse les aan het personeel van de kliniek. In mijn les zitten jonge mannen van net twintig, grote en kleine verpleegsters en schattige opaatjes met grijs kroeshaar die het aller-enthousiasts meedoen. Ik maak mijn eigen lessen, een uitdaging die voldoening geeft. Gister leerde ik een groep mannen de zin ” I open the gate” (o.a.!). Na de les reed ik per auto het terrein af, een leerling maakte het hek open en riep met stralende lach en groots gebaar “I open the gate! Ha ha ha”. Hij blij, ik blij, iedereen in de auto blij.

Ik woon op het terrein van de kliniek, in een gebouw wat vroeger de nutrition department was. Dat ik met de auto van het terrein afging was een uitje, er is hier niet zo veel om naar toe te gaan. Een paar kilometer verder naar het oosten ligt een marktje, waar je tomaten, zeep, brood en water kunt kopen. En cassave. Nog een paar kilometer verder ligt een hotel waar je tegen betaling kunt zwemmen. Als ik klaar ben met de les, die aan het einde van de werkdag is, heb ik nog anderhalf uur daglicht. Te weinig tijd om die kilometers te voet heen en terug af te leggen want in het donker is het niet zo veilig meer.

Ik woon samen met Suzan, een jonge verpleegster die hier drie maanden meeloopt. Binnenkort trekt ook Thea bij ons in, een Nederlandse vrouw die hier sinds negen maanden werkt en de kliniek een zichtbare impuls heeft gegeven. Het personeel hoopt dat ze nooit meer weg gaat. Van haar kwam het idee om een strategisch plan te maken voor de kliniek. Dat plan, dat ga ik schrijven. Momenteel interview ik de personeelsleden over het wel en wee van hun baan, en hun ideeёn voor de kliniek.

Leven in Malawi. Ondanks het kleine gebied waarin mijn leven zich nu afspeelt zie en hoor ik dingen om over na te denken. (Daar zullen nog wat blogs uit volgen.) Ik kijk naar alle felblauwe vogeltjes op het droge gras, de grote bontgekleurde sprinkhanen, de kleurloze hagedisjes die me doen denken aan embryo’s, en de oranje zon die elke avond opnieuw achter de berg tenonder gaat. Alweer een dag voorbij?