Zondag veertien/9/2014

15:00     We staan voor de douane op Schiphol en als grapje zeg ik tegen mijn uitzwaaiers “zullen we nu dan maar gaan huilen?”. Tot mijn verbazing ben ik het die in snikken uitbarst. Ik ben gespannen en vermoeid en wil helemaal niet weg bij mijn lieve mamaatje.

Maandag vijftien/9/2014

11.30     De gezagvoerder heeft zojuist de daling aangekondigd naar wat mijn vierde luchthaven in 22 uur zal zijn. Tevens de eindbestemming voor vandaag: Blantyre, Malawi. Ik kijk uit het raampje en bespeur in mijn buik een vertrouwd gevoel van tegenzin om te arriveren. Een tegenzin om de bubbel van vliegvelden en vliegtuigen in te ruilen voor een onbekende wereld van fel zonlicht, roepende taxichauffeurs en (nog) geen geld hebben. Het vliegtuig zakt lager en lager, ik zie bruine velden, bruine wegen en een bruine rivier waarin kinderen spelen. We vliegen over golfplaten daken. Een man met een wit overhemd fietst in het midden van de weg, kijkt omhoog naar ons grote vliegtuig. Ik glimlach: hoe kan ik nu nog tegenzin hebben?

12:00     Ik loop de trap af de warmte in, er staat al een lange rij om het kleine vliegtuiggebouwtje in te gaan. (Een tractor rijdt voorbij, trekt de bagagekarren.) We worden gecontroleerd op Ebola, ik mag doorlopen; drie stappen verder en dan is er de rij voor de paspoort controle. Achter het hokje zie ik hoe mijn blauwe vertrouwde backpack de bagageband wordt opgesjord – het is de enige bagageband die het vliegveldje rijk is, en de enige backpack.

Blantyre airport.

Blantyre airport.

Dinsdag zestien/9/2014

06.30     Ik heb mijn horloge thuisgelaten, wat heb je daar aan in een land waar tijd nauwelijks betekenis heeft? Hoewel ik denk dat het vroeg is, is het al druk bij het busstation waar ik rondvraag welke bus ik kan nemen naar Salima. Ik vind er een: nadat ik er een klein uurtje in heb gezeten begint de motor te ronken en vertrekken we. Meer dan eens dit jaar, zoals nu, realiseer ik me wat een goede les reizen is in geduld en overgave. Ik geef me over aan de lange zit in deze bus, aan de mensen met hun geuren, aan de man die gebeden schreeuwt. Hij zet een lied in en de bus vult zich met het gezang van mijn mede-passagiers. Ik probeer me een bus in Nederland voor te stellen vol zingende mensen. Ik glimlach: ik ben niet in Nederland, ik ben in Malawi en ik zou nergens anders willen zijn.

11.00     Het is nog warmer en drukker geworden in de bus, het gangpad vol mensen. Naast mij komt een oud omaatje staan die een verheugd kreetje slaakt als ik haar mijn stoel aanbied. Op haar beurt gunt zij mij het puntje van de stoel waar ik soms mijn linker- dan mijn rechterbil op balanceer. Nog 2,5 uur te gaan blijkt later, ik ben dankbaar voor het zitje. Om me heen hangen schattige baby’s in doeken op hun moeders rug. De baby’s en hun oudere broertjes en zusjes staren mij aan, en ik hen (oh die donkere ogen).

17.30 Ik loop het meer in bij Senga Bay. Aah, lake Malawi, lake of stars, hier ben ik dan! In Malawi om de komende twee maanden te helpen bij de Baptist Medical Clinic in Senga Bay. Engelse les geven aan het personeel en een strategisch plan schrijven voor de toekomst van de kliniek. Het is een plan dat een week voor vertrek via via tot stand kwam. Het is een gok, een avontuur, ik glimlach.